maandag 29 juli 2013

Utica















Utica


 

Van Diessen in Utica.

Op een warme dag in het jaar 1982 n.C. reed ik van Tunis naar het noorden. Ik had net de grote desillusie van Carthago achter de rug. Ondanks het feit, dat je van tevoren weet, dat er haast niets tastbaars meer boven de grond te traceren valt, is toch de daadwerkelijke optekening op het netvlies daarvan een schok van jewelste. De grootste of één van de grootste oorlogsmisdaden van de oudheid werkt nog steeds door bij het barre zien daarvan.

Ik heb het kroost achtergelaten op de hete stranden van Neapolis en ga opnieuw op excursie naar de restanten van een beschaving, die mij altijd heeft geïntrigeerd. Naast Carthago waren er meer Punische steden in Noord‑Afrika. Neapolis of het moderne Nabeul was er ook zo een. Mijn tent staat opgeslagen op het terrein van het oude Neapolis. Mijn kinderen hebben er geen weet van, dat ze op historische grond bivakkeren, maar weten wel, dat vader zonodig op expeditie moet. Het wordt heet op deze dag.

Na de heuvels benoorden Tunis komt de verzengende vlakte van de rivier de Medjerda in zicht met aan de einder een nieuwe heuvel. De rivier wordt gepasseerd en dan even later volgt de stoffige zijweg naar Bordj & Henchir Bou Chateur of Bû Schâter. Het is inmiddels ongemeen heet geworden op het midden van de dag. Met moeite bereik ik het begin van het dorp en kan nog net een bordje ontwaren, dat me naar een museum leidt. Ik heb mijn eigen fysieke mogelijkheden overschat. Kon ik in Carthago nog wegvluchten in een restaurant en om 'arba' te smeken; nu is iets dergelijks in geen velden of wegen te bekennen. Ik strompel uit de auto naar de schaduw toe en probeer bij te komen. Het is over de 40 graden Celsius. Naast de deur van het museum vind ik enige schaduw en zak ineen. Na enige tijd en misschien wel langer voel ik een hand op mijn schouder. Een Tunesiër bevindt zich gehurkt voor mij met een schaaltje water en wat vruchten. Hij lapt me weer op. We verstaan elkaar nauwelijks, maar na enige tijd heb ik door, dat hij de beheerder van het museum is. Hij begrijpt nu ook, dat ik zomaar geen toerist ben, maar dat ik alles weten wil van het museum. Hij leidt me rond en ik kan overal foto's van maken. In de sarcofaagjes huizen salamanders en spinnen. Na enig tijd ben ik enigszins hersteld en maak aanstalten om verder de plaats te verkennen. De beheerder raadt het me af, maar ik ben er nu eenmaal en zal de plaats ook zien ook. De goede man geeft me nog wat dadels en een fles water mee voor onderweg en ik geef hem wat geld, waar hij maandenlang van zal kunnen leven. Onder een parapluie strompel ik door het antieke  Utica en herken onmiddellijk alles waarover ik in het verleden gelezen heb. Ondanks het feit, dat ik af en toe dreig flauw te vallen, kom ik tot het 'eiland' en de necropool. De inderdaad perfecte graf‑vierhoeken zijn bevuild met afval en poep. De Romeinse muren en bastions zijn duidelijk aanwezig. De weg terug naar de heuvel is een golgotha ervaring. Halverwege ligt een dode hond, die nauwelijks zichtbaar is vanwege de horde vliegen. Ik redt het net terug naar de auto en de beheerder zit meewarig voor zijn deur naar mij te kijken. Groot is zijn verbazing als ik nog twee keer er op uit trek om zoveel mogelijk te zien en vast te leggen.

 

Er leven overigens niet veel mensen meer in Utica in 1982. Ze hebben een deel van de Romeinse overblijfselen benut voor provisorische huizen. Onderweg komen er ook nauwelijks mensen op dit uur van de dag naar buiten. Alleen wat kippen kruisen het pad van deze avonturier.

Er zijn ook geen archeologen te ontdekken, want die kiezen begrijpelijk het winterseizoen voor hun onderzoeken. Aan het eind van de dag voel ik het contrast tussen het Carthago met zijn moderne vila's en het Utica met zijn schamele behuizingen nu des te schrijnender. Het is tekenend voor deze oudste stad van de Feniciërs in Noord‑Afrika. Op de terugweg in de naderende avond naar Tunis en verder is er even tijd om tot bezinning te komen. Ik neem mij voor ooit een boek te schrijven over dit van god en al verlaten oord, waarvan de Fenicische naam niet eens met 100% zekerheid bekend is. Wel weten we de Griekse naam "Ityke" en de Latijnse vorm "Utica". De Fenicische letters zouden ' T G (=de oude), of ' T K (=station) de luisterrijke/prachtige of eenvoudigweg de kolonie kunnen zijn.

 

Na 17 jaren is het er dan eindelijk van gekomen. Het boek is in de koude Hollandse winter van 1998/1999 gemaakt, al was het alleen maar uit piëteit voor de ouderdom van de stad, uit dank voor de beheerder van museum en als herinnering aan een fantastische werk‑vacantie in Tunesië.

Overigens zal in dit boek voor het gemak zoveel mogelijk de meest bekende naam Utica worden gebruikt.

 

Henk van Diessen

Apeldoorn, 1999.

 

 

74.1    Utica                 H van Diessen       NCPHP, Apeldoorn,

                  De oudste Phoenicische                    1999.

                  nederzetting in Afrika.

 


 

UTIQUE

          A.Lèzine. Societé Tunesiennes de diffusion, Tunis, 1970.

          Veel citaten. 55 foto's. Diverse plattegronden.

          Belangrijk als basis voor elke publicatie over Utica.

                                      Topographie

                                         Histoire

                                Fouilles et découvertes

                             Maisons et monuments publics

 

Cintas in Utica.

Hoofdstuk 1.De problemen.

-         de overleveringen: is het wel 1101 v.C als stichting?

-         de geografische omstandigheden: de verlanding.Fr.Reyniers onderzoekt de aanslibbing in 1951. Twijfel over het eilandje van S.Gsell.

-         de archeologische gegevens en het gebruik van luchtfoto’s.

Hoofdstuk 2.De nieuwe opgravingen.

-         de loop van het grondwater

-         de oude kustlijn

-         de noordelijke necropool

-         hoe de deksels op de sarcofagen werden neergelaten

-         het Punische 5e eeuwse Utica

-         enige chronologie:

eind 7e eeuw: begin Carthaagse invloed

6e eeuw: de grootste ontplooiing

5e eeuw: teruggang

4e eeuw: Renaissance in de zin van Hellenisering

Hoofdstuk 3.De 1e campagne.

-         de oostelijke necropool

-         de scarabee van de krijger

-         graven uit de 4e eeuw

-         het tablet van de ambachtsman

-         graven uit misschien 8e maar zeker uit 7e eeuw

-         classificatieproblemen keramiek

-         keramiek uit 8e eeuw

Hoofdstuk 4.De 2e campagne.

-         necropool van de ‘berge’

-         graven uit de 5e eeuw

-         messen en scheermessen

-         graven uit de 6e eeuw

-         de ring met Baal

-         Griekse keramiek

-         Graven uit de 7e eeuw

-         Graven uit de 8e eeuw

Bijlagen met veel kaarten, foto’s.

 

          74.2    Deux campagnes de     P.Cintas            Karthago, Revue tri‑

                  fouilles à Utique                         mestrielle d'archéologie Africaine, Parijs, 1951.

 

          74.3    Nouvelles recherches P.Cintas/Colozier    copie +

                  à Utique                                  aantekeningen.

                              Uitwerking voor wat betreft de ligging van de graven

 

 

Topografie van Utica.

Een aantal plattegronden en doorsnedes verduidelijken de daadwerkelijke opbouw en uitbreiding van Utica.

 

          74.4    Utique                A.Lézine            Mélanges d'archéolo‑

                  Notes de topographie                      gie et d'histoire  offerts à A.Piganiol Paris, 1966.

 

 

De omgeving van Utica.

Vooral ten westen van Utica is een zone aangetroffen met een concentratie van keramiek met o.a. een pottenbakkersoven. De gevonden keramiek heeft een verfijnd karakter en is :

-         lokaal zwarte vernis

-         campaans A

-         Attisch

          74.5    Prospection archéolo‑ A.Ben Younds        Reppal IV, 1988

                  gique dans la zone    Krandel

                  d'Utique              F.Chelbi

          74.6    Overig UTICA                              Kaarten, grafieken,  aantekeningen, plattegronden.

 

69.8.17.BK17

Utique.

Het 1700 jarig bestaan van de stad. Tussen de 3e en 8e eeuw na Chr. wijzigt zich de loop van de Medjerda (=Macaras=Bragadas). A.Daux ziet 3 cothons? Er is een warme bron. De grootte was 12-20 ha.

Plinius de oudere: stichting in 1178 voor zijn NH = 1101 en 9 jaar na de stichting van Gadir. Ofwel 287 jaar voor de stichting van Carthago. De archeologie komt niet verder dan de 9e eeuw v.C. Elissa gaat niet naar Utica, omdat ze dan weer onder een Fenicische koning zou vallen.

Van Tyrus tot de zuilen heeft men 22 dagen en nachten nodig.

 

Utica op internet.

De Punische periode wordt afgedaan met de regel: Utica was de rivaal van Carthago. Vervolgens: Hoofdstad van Africa Vetus. In de Romeinse tijd was Utica 40 ha. groot. Het concilie van 256 na Chr. Martelaren op de plek Massa Candida. De laatste bisschop in 703 na Chr. Hierna wordt Utica door de Arabieren verwoest.

 

          83.4.   Utica       IC                            Ltd Washinton 1999

 

Zie: Atlas van de Fenicische en Punische stammen, steden en volken.

19A.De omgeving van Utica (ca.1000 v.C).

19B.De lokatie van Utica.

 

 


 

Vroege literatuur:

Carton (Dr.), Inscription romaine relevée à Utique, BCTH, 1904, p. CLXXXVII.

Merlin, Les théâtres romains de  Carthage et El Jem; la nécropole punique d'Utique; fragment d'inscription romaine trouvée à Smindja (Tunisie); inscription romaine sur une colonne à Bir M'Cherga, BCTH, 1906, p. CXCV-CXCVIII.

Carton (Dr), Inscriptions romaines de Bordj Haouida et d'Utique, BCTH, 1906, p. CCXXXI.

  Martin (J.),  Reconnaissance des antiquités préhistoriques de Chaouach: dédicace romaine à Thala; fouilles à Utique, BCTH, 1915, p. XCVI-XCVIII.

Merlin, Découvertes puniques et chrétiennes dans les ruines d'Utique, BCTH, 1924, p. LXII-LXV.

Moulard (J.), Poinssot (L.) et Lantier (R.),  Fouilles et découvertes à Utique, BCTH, 1924, fig., p. 141-161.

Moulard (J.), Fouilles à Utique, en 1925, BCTH, 1926, p. 225-235.

Picard (Gilbert-Charles), Rapport sur l’archéologie romaine en Tunisie dans le second semestre 1948, BCTH, 1946-1949, p. 619-634 ; p. 619 : 1° Carthage (déblaiement des thermes d’Antonin) ; p. 620-623 : 2° Utique (sondages de P. Cintas, édifices, buste de Marc-Aurèle, de Domitia Lucilla ( ?), inscriptions ; p. 623-631

CHARLES-PICARD (Gilbert), Rapports sur l'archéologie romaine en Tunisie pendant le second semestre 1949, BCTH, 1950, p. 74-88;CARTHAGE.- Thermes d'Antonin, p. 74-77 et  154-__; inscriptions latines, p. 77, 81 ;  mosaïque de sainte Monique, p. 77; Sarcophages des Saisons, p. 78-81 ; Utique, fouilles 081 SCHILLING (Robert), inscription latine, p. 81-82;

BCTH, 1954, p. 174-176 ; p. 174-175 : Campagne de fouilles de P. Cintas à Utique, nécropole archaïque, nécropole punique

Horlaville, Rapport sur une communication de F. Reyniers, Boulets trouvés à Utique, BCTH, 1955-6, p. 149-151.

Fevrier J.-G., (Stèle punique découverte à Utique par P.-A. Février), BCTH, 1958, p. 59.

 

Overige literatuur (soms dubbel met voorafgaande):

Utique

P TROUSSET et R. PASKOFF, La baie d'Utique et son évolution depuis l'Antiquité une réévaluation géoarchéologique, BCTH, n.s., 23, 1990-92, p. 220

Février (P.A.), Une campagne de fouille à Utique (1957), Karthago, VII, 1956, p. 139-170.

JERZY KOLENDO, Le cirque, l'amphithéâtre et le téâtre d'Utique d'après la description d A. Daux, Africa romana, 6, 1988, p.249-265.

RITA ESPOSITO, Le prime spedizioni "scientifiche" ad Utica fra immaginario e archeologi, Africa romana, 13, 1998, p.541-548.

1994 Picard  (C et G.), Problèmes d'Utique, BSNAF, 1994, p. 71-72.

1902 Gauckler (P.), Antiquités romaines récemment découvertes à Utique, BSAF, 1902, p. 237-244, pl.

1902 Gauckler (P.), Antiquités romaines récemment découvertes à Utique, BSAF, 1902, p. 237-244, pl.

1904 Carton (Dr.), Inscription romaine relevée à Utique, BCTH, 1904, p. CLXXXVII.

1904 Carton (Dr.), Inscription romaine relevée à Utique, BCTH, 1904, p. CLXXXVII.

1905 Hauvette (G.), Note sur les antiquités d'Utique, BSAF, 1905, p. 262.

1905 Hauvette (G.), Note sur les antiquités d'Utique, BSAF, 1905, p. 262.

1906 Merlin, Les théâtres romains de  Carthage et El Jem; la nécropole punique d'Utique; fragment d'inscription romaine trouvée à Smindja (Tunisie); inscription romaine sur une colonne à Bir M'Cherga, BCTH, 1906, p. CXCV-CXCVIII.

Carton (Dr), Inscriptions romaines de Bordj Haouida et d'Utique, BCTH, 1906, p. CCXXXI.

1906 Delattre (le P.), Une nécropole punique à Utique, CRAI, 1906, p. 60-63.

1906 Merlin, Les théâtres romains de  Carthage et El Jem; la nécropole punique d'Utique; fragment d'inscription romaine trouvée à Smindja (Tunisie); inscription romaine sur une colonne à Bir M'Cherga, BCTH, 1906, p. CXCV-CXCVIII.

Carton (Dr), Inscriptions romaines de Bordj Haouida et d'Utique, BCTH, 1906, p. CCXXXI.

1911 DELATTRE (A.). - Quelques heures passées à Utique, R. Tun., 18, 1911, p. 323-326.

1912 Héron de Villefosse, Récentes découvertes à Utique, CRAI, 1912,  p. 104.

Merlin (A.), Découvertes à Utique, CRAI, 1912,  p. 106-114.

1912 Héron de Villefosse, Récentes découvertes à Utique, CRAI, 1912,  p. 104.

Merlin (A.), Découvertes à Utique, CRAI, 1912,  p. 106-114.

1913 Héron de Villefosse, Récentes découvertes à Utique, CRAI, 1913,  p. 104.

Merlin (A.), Découvertes à Utique, CRAI, 1913,  p. 106-114.

1913 Merlin (A), Inscriptions chrétiennes découvertes à Utique, BSNAF, 1913, p. 95-96.

1913 Héron de Villefosse, Récentes découvertes à Utique, CRAI, 1913,  p. 104.

Merlin (A.), Découvertes à Utique, CRAI, 1913,  p. 106-114.

1913 Merlin (A), Inscriptions chrétiennes découvertes à Utique, BSNAF, 1913, p. 95-96.

1915 Martin (J.),  Reconnaissance des antiquités préhistoriques de Chaouach: dédicace romaine à Thala; fouilles à Utique, BCTH, 1915, p. XCVI-XCVIII.

1915 Martin (J.),  Reconnaissance des antiquités préhistoriques de Chaouach: dédicace romaine à Thala; fouilles à Utique, BCTH, 1915, p. XCVI-XCVIII.

1924 Merlin, Découvertes puniques et chrétiennes dans les ruines d'Utique, BCTH, 1924, p. LXII-LXV.

Moulard (J.), Poinssot (L.) et Lantier (R.),  Fouilles et découvertes à Utique, BCTH, 1924, fig., p. 141-161.

1924 Merlin, Découvertes puniques et chrétiennes dans les ruines d'Utique, BCTH, 1924, p. LXII-LXV.

Moulard (J.), Poinssot (L.) et Lantier (R.),  Fouilles et découvertes à Utique, BCTH, 1924, fig., p. 141-161.

1925 Moulard (J.), Fouilles à Utique, en 1925, BCTH, 1926, p. 225-235.

Delattre (le P.), Une nécropole punique à Utique, CRAI, 1906, p. 60-63.

1925 Poinssot (L) et Lantier (R.), Mosaïques et sculptures au Musée d'Utique, BSNAF, 1925, p. 241-250, fig.

1925 Poinssot (L) et Lantier (R.), Mosaïques et sculptures au Musée d'Utique, BSNAF, 1925, p. 241-250, fig.

1926 Moulard (J.), Fouilles à Utique, en 1925, BCTH, 1926, p. 225-235.

 

RECENTE LITERATUUR:

Alexandre Lezine. – Utique. Note d’archéologie punique, Ant. Af., 5, 1971, p. 87-94.

Hans-Georg Pflaum. – A propos d’une inscription d’Utique, Ant. Af., 6, 1972, p. 173-174.

Gabriella Poma. – Un appello agli schiavi ad Utica e il ruolo della provincia d’Africa negli anni della lotta tra Mario e Silla, Ant. Af., 17, 1981, p. 21-36.

Fethi Chelbi, Roland Paskoff et Pol Trousset. – La baie d’Utique et son évolution depuis l’Antiquité : une réévaluation géoarchéologique, Ant. Af., 31, 1995, p. 7-52.

Naïdé Ferchiou. – Stucs puniques hellénistiques d’Utique, Ant. Af., 31, 1995, p. 53-80.

Oueslati, A.; Paskoff, R.; Slim, H.: Déplacements de la ligne de rivage en Tunisie d'après les données de l'archéologie à l'époque historique. - in: Déplacements des lignes de rivage en Méditerranée d'après les données de l'archéologie. [Actes du colloque international] Aix-en-Provence, 5-7 septembre 1985. (Paris 1987) 67-85, Abb.

Paskoff, R.; Slim, H.; Trousset, P.: Le littoral de la Tunisie dans l'antiquité. Cinq ans de recherches géoarchéologiques. - CRAI (1991) 515-546, Abb.  

Chelbi, F.; Paskoff, R.; Trousset, P.: La baie d'Utique et son évolution depuis l'antiquité. Une réévaluation géoarchéologique. - AntAfr 31 (1995) 7-51, Abb.  

 

 

 

 

 


 

Literatuur onder ‘henchirs’ bestand (veelal dubbel).

 

Utique

P TROUSSET et R. PASKOFF, La baie d'Utique et son évolution depuis l'Antiquité une réévaluation géoarchéologique, BCTH, n.s., 23, 1990-92, p. 220

Février (P.A.), Une campagne de fouille à Utique (1957), Karthago, VII, 1956, p. 139-170.

JERZY KOLENDO, Le cirque, l'amphithéâtre et le téâtre d'Utique d'après la description d A. Daux, Africa romana, 6, 1988, p.249-265.

RITA ESPOSITO, Le prime spedizioni "scientifiche" ad Utica fra immaginario e archeologi, Africa romana, 13, 1998, p.541-548.

1994 Picard  (C et G.), Problèmes d'Utique, BSNAF, 1994, p. 71-72.

1902 Gauckler (P.), Antiquités romaines récemment découvertes à Utique, BSAF, 1902, p. 237-244, pl.

1902 Gauckler (P.), Antiquités romaines récemment découvertes à Utique, BSAF, 1902, p. 237-244, pl.

1904 Carton (Dr.), Inscription romaine relevée à Utique, BCTH, 1904, p. CLXXXVII.

1904 Carton (Dr.), Inscription romaine relevée à Utique, BCTH, 1904, p. CLXXXVII.

1905 Hauvette (G.), Note sur les antiquités d'Utique, BSAF, 1905, p. 262.

1905 Hauvette (G.), Note sur les antiquités d'Utique, BSAF, 1905, p. 262.

1906 Merlin, Les théâtres romains de  Carthage et El Jem; la nécropole punique d'Utique; fragment d'inscription romaine trouvée à Smindja (Tunisie); inscription romaine sur une colonne à Bir M'Cherga, BCTH, 1906, p. CXCV-CXCVIII.

Carton (Dr), Inscriptions romaines de Bordj Haouida et d'Utique, BCTH, 1906, p. CCXXXI.

1906 Delattre (le P.), Une nécropole punique à Utique, CRAI, 1906, p. 60-63.

1906 Merlin, Les théâtres romains de  Carthage et El Jem; la nécropole punique d'Utique; fragment d'inscription romaine trouvée à Smindja (Tunisie); inscription romaine sur une colonne à Bir M'Cherga, BCTH, 1906, p. CXCV-CXCVIII.

Carton (Dr), Inscriptions romaines de Bordj Haouida et d'Utique, BCTH, 1906, p. CCXXXI.

1911 DELATTRE (A.). - Quelques heures passées à Utique, R. Tun., 18, 1911, p. 323-326.

1912 Héron de Villefosse, Récentes découvertes à Utique, CRAI, 1912,  p. 104.

Merlin (A.), Découvertes à Utique, CRAI, 1912,  p. 106-114.

1912 Héron de Villefosse, Récentes découvertes à Utique, CRAI, 1912,  p. 104.

Merlin (A.), Découvertes à Utique, CRAI, 1912,  p. 106-114.

1913 Héron de Villefosse, Récentes découvertes à Utique, CRAI, 1913,  p. 104.

Merlin (A.), Découvertes à Utique, CRAI, 1913,  p. 106-114.

1913 Merlin (A), Inscriptions chrétiennes découvertes à Utique, BSNAF, 1913, p. 95-96.

1913 Héron de Villefosse, Récentes découvertes à Utique, CRAI, 1913,  p. 104.

Merlin (A.), Découvertes à Utique, CRAI, 1913,  p. 106-114.

1913 Merlin (A), Inscriptions chrétiennes découvertes à Utique, BSNAF, 1913, p. 95-96.

1915 Martin (J.),  Reconnaissance des antiquités préhistoriques de Chaouach: dédicace romaine à Thala; fouilles à Utique, BCTH, 1915, p. XCVI-XCVIII.

1915 Martin (J.),  Reconnaissance des antiquités préhistoriques de Chaouach: dédicace romaine à Thala; fouilles à Utique, BCTH, 1915, p. XCVI-XCVIII.

1924 Merlin, Découvertes puniques et chrétiennes dans les ruines d'Utique, BCTH, 1924, p. LXII-LXV.

Moulard (J.), Poinssot (L.) et Lantier (R.),  Fouilles et découvertes à Utique, BCTH, 1924, fig., p. 141-161.

1924 Merlin, Découvertes puniques et chrétiennes dans les ruines d'Utique, BCTH, 1924, p. LXII-LXV.

Moulard (J.), Poinssot (L.) et Lantier (R.),  Fouilles et découvertes à Utique, BCTH, 1924, fig., p. 141-161.

1925 Moulard (J.), Fouilles à Utique, en 1925, BCTH, 1926, p. 225-235.

Delattre (le P.), Une nécropole punique à Utique, CRAI, 1906, p. 60-63.

1925 Poinssot (L) et Lantier (R.), Mosaïques et sculptures au Musée d'Utique, BSNAF, 1925, p. 241-250, fig.

1925 Poinssot (L) et Lantier (R.), Mosaïques et sculptures au Musée d'Utique, BSNAF, 1925, p. 241-250, fig.

1926 Moulard (J.), Fouilles à Utique, en 1925, BCTH, 1926, p. 225-235.

Alexandre Lezine. – Utique. Note d’archéologie punique, Ant. Af., 5, 1971, p. 87-94.

Hans-Georg Pflaum. – A propos d’une inscription d’Utique, Ant. Af., 6, 1972, p. 173-174.

Gabriella Poma. – Un appello agli schiavi ad Utica e il ruolo della provincia d’Africa negli anni della lotta tra Mario e Silla, Ant. Af., 17, 1981, p. 21-36.

Fethi Chelbi, Roland Paskoff et Pol Trousset. – La baie d’Utique et son évolution depuis l’Antiquité : une réévaluation géoarchéologique, Ant. Af., 31, 1995, p. 7-52.

Naïdé Ferchiou. – Stucs puniques hellénistiques d’Utique, Ant. Af., 31, 1995, p. 53-80.

Oueslati, A.; Paskoff, R.; Slim, H.: Déplacements de la ligne de rivage en Tunisie d'après les données de l'archéologie à l'époque historique. - in: Déplacements des lignes de rivage en Méditerranée d'après les données de l'archéologie. [Actes du colloque international] Aix-en-Provence, 5-7 septembre 1985. (Paris 1987) 67-85, Abb.

Paskoff, R.; Slim, H.; Trousset, P.: Le littoral de la Tunisie dans l'antiquité. Cinq ans de recherches géoarchéologiques. - CRAI (1991) 515-546, Abb.  

Chelbi, F.; Paskoff, R.; Trousset, P.: La baie d'Utique et son évolution depuis l'antiquité. Une réévaluation géoarchéologique. - AntAfr 31 (1995) 7-51, Abb.  

 
ncfps
 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen